Vakmensen hebben bedacht dat het handig zou zijn om de leerstof te verknippen in een aantal onderdelen (zoals: lezen, rekenen, biologie,etc.). Dat is niet de manier waarop kinderen vanuit zichzelf leren. Binnen het OgO werken we in de klas 6 tot 8 weken aan één thema. Op rekenen en schrijven na worden alle vakken in dit thema geïntegreerd.
Binnen het Ontwikkelingsgericht Onderwijs, afgekort OgO, hanteren we de volgende uitgangspunten:
1. Betekenisvol. De activiteiten in ons onderwijs zijn betekenisvol. Ze spreken de leerlingen aan, omdat ze er ook in het dagelijks leven buiten school mee te maken krijgen. Binnen het thema worden diverse activiteiten gepland als: het maken van een woordweb, informatie opdoen binnen en buiten de school, het presenteren van opgedane kennis, etc.
2. Betrokkenheid van de kinderen bij hun eigen leerproces krijg je door de ‘grote mensen wereld’ in de klas te halen. Daarom werken we met thema’s. Tot groep 5 staat spel centraal, daarna richten we ons meer op het onderzoeken. Kinderen stellen zelf vragen en zoeken de antwoorden in boeken, op het internet, door onderzoek, door gastsprekers, door een excursie, etc. Als de antwoorden gevonden zijn, presenteren de kinderen dit aan de klas.
3. Brede ontwikkeling Het basisonderwijs heeft van de maatschappij doelstellingen meegekregen, waaraan iedere basisschool moet voldoen. Binnen OgO gaan we ervan uit dat je leert door te doen en door betrokken te zijn binnen betekenisvolle activiteiten. Naast de doelstellingen voor rekenen, lezen, etc. vinden we ook bredere doelstellingen belangrijk als: met elkaar praten, oplossingen zoeken, op onderzoek uitgaan, samen spelen en creatieve ontplooiing.
4. Bemiddelen. De leerkracht zorgt voor een uitdagende leeromgeving en creëert het onderwijs. Hij zorgt er voor dat de kinderen zich prettig voelen en willen leren. De leerkracht geeft de kinderen handvatten om te leren en houdt de einddoelen in de gaten.