| Op landelijk niveau Vanaf 1991 is door de overheid beleid ontwikkeld om de groei van het speciaal onderwijs af te remmen: Weer Samen Naar School (WSNS). Basisscholen dienen nauw samen te werken met het speciaal onderwijs om meer kinderen in het basisonderwijs te houden.
Op regionaal niveau Rond De Boei, school voor speciaal basisonderwijs in Assen, is een samenwerkingsverband van alle 21 scholen van COG Drenthe geformeerd: Christelijk SWV Noord- en Midden Drenthe. Alle basisscholen moeten zich inspannen om kinderen zo lang mogelijk in het basisonderwijs te houden. Daarvoor ontwikkelen scholen een zorgtraject. Dit is een systeem waarin leerlingen met problemen zo vroeg mogelijk worden gesignaleerd, zodat problemen kunnen worden onderzocht om aangepakt te worden.
Binnen het SWV functioneert een zorgplatform (ZPF) en een Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL). Een kind waarbij het vermoeden bestaat van een leerprobleem kan (met instemming ouders) worden aangemeld bij het ZPF. Dit platform bekijkt de aanmelding en kan besluiten tot het uitvoeren van onderzoeken om zicht te krijgen op het leerprobleem. Het ZPF bestaat uit drie pedagogen, de directeur van de Boei en een secretaresse. Het ZPF geeft adviezen aan de basisschool over de manier waarop de leerkracht met het leerprobleem kan omgaan. Een verzoek voor plaatsing in het speciaal onderwijs kan worden ingediend bij de PCL.
Zie http://www.swv401.nl | | Op schoolniveau Elke school heeft een Interne Begeleider. Deze leerkracht coördineert binnen de school leerlingenzorg. De IB-er voert overleg met leerkrachten, remedial teacher, ouders en externe begeleiders. Zorgleerlingen worden tussen de IB-er en de leerkracht besproken. De IB-er draagt ook zorg voor het leerling- volgsysteem (systeem van regelmatig toetsen van alle leerlingen op verschillende onderdelen) en het onderhouden van de orthotheek. De IB-er helpt leerkrachten bij het opstellen en onderhouden van handelings- plannen.
Op groepsniveau Alle leerkrachten toetsen en observeren regelmatig vorderingen van de leerlingen. De uitkomst van de toetsen en observaties worden in een leerlingendossier bijgehouden. Als blijkt dat een leerling uitvalt, wordt er overleg gevoerd met de IB-er. Samen met de IB-er stelt de leerkracht een handelingsplan op waarin staat beschreven op welke wijze extra hulp nodig is. Een leerling kan tijdelijk individuele begeleiding krijgen. Hebben de IB-er en de leerkracht meer hulp nodig, dan kunnen zij zich wenden tot het zorgplatform. In het schooljaar 2008-2009 is een proeftuin van start gegaan inzake het werken met meerschoolse Ib-ers (MIB). 14 scholen zijn verdeeld over 7 clusters. In elke cluster is één MIB-er werkzaam. Deze personen hebben geen lesgevende taken meer naast hun MIB-werkzaamheden. Dit schooljaar willen we ervaren of het werken met MIB-ers een zinvolle bijdrage levert aan de kwaliteit van de leerlingenzorg. |