| Het symbool van E.G.O. is een tempel met drie pilaren. Het geeft het ErvaringsGericht Onderwijs in een notendop weer, zoals dit in eerste instantie voor het kleuteronderwijs is ontwikkeld.
Voor onderwijs vanaf groep 3 komt daar een aantal zaken bij (zie vijf factoren). De bedoeling is, dat er in kinderen creatieve processen plaatsvinden: leren en ontwikkeling op basis van hoge betrokkenheid. Wanneer kinderen zich onvoldoende welbevinden, zullen eerst bevrijdingsprocessen in gang moeten worden gezet. Middelen om creatieve en bevrijdingsprocessen in kinderen te stimuleren: - Een rijke en ontspannen leeromgeving waarin voor ieder kind goede kansen zijn om op eigen wijze op onderzoek uit te gaan (eerste pilaar).
- Respect voor en honorering van eigen initiatief van kinderen; hun eigen plannen krijgen de kans om uit te groeien tot op hun lijf geschreven leertrajecten (tweede pilaar).
- De ErvaringsGerichte dialoog: een manier van communiceren met kinderen, waaruit de houding van de leerkracht spreekt en waardoor ze worden aangezet tot nader onderzoek van zichzelf en de hen omringende wereld (derde pilaar).
Het dak van de tempel wordt gevormd door het doel in de toekomst: emancipatie. D.w.z.: weten wie je bent en wat je wilt, om kunnen gaan met je mogelijkheden en beperkingen, voluit willen gaan voor het leven dat je zelf kiest; een vrij mens! | |  De vijf Factoren: Om kinderen de kans te geven om ook vanaf groep 3, zo veel mogelijk met een hoge betrokkenheid aan de slag te kunnen, zijn vijf factoren in kaart gebracht die daarbij kunnen helpen: - Een goede sfeer in de groep en onderlinge relaties die ontspannen en ontwikkelingsbevorderend zijn.
- Werk op het niveau dat een kind aankan en het tegelijkertijd uitdaagt.
- Werk dat werkelijkheidsnabij is en daarom voor kinderen interessant.
- De mogelijkheid tot activiteit, daadwerkelijk zelf iets doen.
- De mogelijkheid tot het nemen van eigen initiatief.
|